Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 11 december 2019

Bijdrage D66 ‘Water- en Rioleringsplan 2020-2023’

Voorzitter, geachte aanwezigen.

Het Water- en Rioleringsplan heeft twee gezichten.

Aan de ene kant zie ik het plezier en vakmanschap waarmee er aan dit plan is gewerkt. Buiten de reguliere werkzaamheden en projecten voor het beheer zie ik dat er gedegen is nagedacht over klimaatadaptatie. Ik zie dat het belang van de inwoners serieus wordt genomen waar het gaat om maatregelen ter voorkoming van overlast en schade. En ik zie dat er ruimte is voor diverse initiatieven om dichtbij huis verbeteringen door te voeren. D66 is blij met deze initiatieven. Ze kosten veel geld, maar dat moeten we er voor over hebben.

Aan de andere kant is de financiële onderbouwing van het raadsvoorstel dun. Tijdens de bijpraat werd dit al met essentiële informatie aangevuld. En met de beantwoording van de technische vragen werd het beeld nog wat verder ingekleurd. Per saldo hebben we 24 uur gehad om de financiële afwegingen te doorgronden. Terwijl het om veel geld gaat. Dat vinden we onbevredigend. En daar zit voor ons wel een dilemma.

Ik zal het toelichten en probeer het niet al te technisch te maken.

In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om de “Voorziening riolering risicoafdekking en vooruit sparen toekomstige kosten” op 1.250.000 vast te stellen. In de afgelopen jaren is geen gebruik gemaakt van deze voorziening. Daarom stelden wij de vraag of het een mogelijkheid is om een deel van deze voorziening in te zetten voor extra aflossing. Daarop werd weinig enthousiast gereageerd. Dit bedrag is slechts 0,64% van de totale vervangingswaarde van het rioolstelsel en dat levert dus blijkbaar te weinig op. Helemaal geen raar antwoord.

Maar tegelijkertijd zetten we nu een kleiner bedrag in van 985.000 euro om de toekomstige lasten te verlagen. Dat wordt gepresenteerd als een belangrijke stap in de toekomstige betaalbaarheid van ons riool. Maar dat effect is dus nog minder groot dan de inzet van de 1.250.000 die te weinig oplevert. En we gaan ook nog eens sparen om extra af te lossen. Een bedrag van 85.000 per jaar. Dat is dus nog minder dan minder. De effectiviteit van deze maatregelen is dus heel beperkt. Kan de wethouder uitleggen waarom de inzet van 1.250.000 euro te weinig oplevert, maar kleinere bedragen worden gezien als een belangrijke bijdrage aan de toekomstige betaalbaarheid?

Een ander punt. Tijdens de bijpraat werd ons voorgehouden dat het afschrijven van 1 miljoen aan investeringen een jaarlijks voordeel zou opleveren van 100.000 euro. Voor een lange periode. En dat dit dus een goede investering is. Uit de beantwoording van de technische vragen blijkt dit nu een stuk minder te zijn, namelijk 75.000 euro per jaar voor de komende vier jaar, en daarna nemen de  besparingen verder af. De opbrengst ligt dus een stuk lager ligt. Hoe kan het dat we hier achter komen door onze technische vragen? Wethouder, had de raad het niet verdient om wat zorgvuldiger te worden geïnformeerd?

En dan het streven naar een zogenaamd ideaalcomplex. Een belangrijk argument om versneld af te schrijven. Het duurt tientallen jaren om deze situatie te bereiken. In die periode hebben we dubbele lasten, namelijk de afschrijvingen en de investeringen. Na die lange overgangsperiode zullen de fluctuaties van de investeringen  leiden tot sterke schommelingen in de rioollasten. Wat ons betreft is dat niet logisch en niet wenselijk. Wethouder, waarom vindt u dat perspectief van dubbele lasten en sterke schommelingen in de kosten zo aantrekkelijk?

Het liefst hadden wij de verhoging van 27% wat afgezwakt. Bijvoorbeeld door de jaarlijkse dotatie van 85K aan de voorziening achterwege te laten nu we 1 miljoen in 1 keer afschrijven. Of we zouden de vrije 216K kunnen gebruiken om de verhoging te beperken. Als deze inzichten eerder bekend waren, dan sluit ik niet uit dat we andere besluiten hadden genomen. Dat partijen in deze raad die vaak kritisch zijn over de belastingdruk daar wat meer over hadden willen denken. Maar er was weinig tijd om te onderzoeken of deze maatregelen negatieve effecten hebben. Het zou raar zijn om nu de complexiteit van de financiën aan de orde te stellen en vervolgens tot een gemakzuchtige oplossing te komen. Dus dat zal ik niet doen. Wel hebben we begrepen dat over twee jaar kritisch zal worden gekeken naar de werking van de financieringssystematiek. Mogen we de wethouder een toezegging vragen dat de raad daar ruim op tijd in wordt meegenomen.

Dank u wel.